Lesafsluiting - Directe Instructie
16553
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-16553,qode-listing-1.0.1,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-14.4,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.5,vc_responsive
 

LESAFSLUITING

In een les volgens het directe instructiemodel wordt onderscheid gemaakt tussen de kleine en grote lesafsluiting. De kleine lesafsluiting vindt plaats vóór de zelfstandige verwerking en de grote bevindt zich helemaal aan het eind van de les, ná de zelfstandige verwerking.

KLEINE LESAFSLUITING

De begeleide inoefening gaat vloeiend over in de volgende fase, namelijk de kleine lesafsluiting. Deze bevindt zich vóór de zelfstandige verwerking, omdat je zeker wilt weten dat alle leerlingen de leerstof begrijpen voordat je de hen zelfstandig laat verwerken.

 

“Aan het eind van je les controleren of de leerlingen het hebben begrepen? Te laat! Dat moet je doen vóór de zelfstandige verwerking.”

 

Tijdens de begeleide inoefening werken de leerlingen veel voorbeelden uit samen met jou of met hun schoudermaatje. Ze krijgen feedback en mogen veel overleggen. Als je het gevoel hebt dat de meest leerlingen de leerstof begrijpen, dan zet je een laatste voorbeeld op het bord. De leerlingen moeten dit zelfstandig oplossen op hun wisbordje. Ze mogen niet overleggen of kijken bij een ander.
Als ze klaar zijn, dan leggen ze het wisbordje op de kop op de tafel. Je kunt dan eenvoudig zien wie er snel zijn en wie er nog meer tijd nodig hebben. Kijk goed rond en maak eventueel aantekeningen.

 

Als iedereen klaar is, dan laat je de leerlingen hun wisbordje gelijktijdig omhoog houden en zie je in één oogopslag of de leerlingen in staat zijn om zelfstandig verder te werken. De vuistregel hierbij is dat minimaal 80% van de leerlingen goed moet kunnen antwoorden. De leerlingen die het nog niet goed lukt, laat je aanschuiven bij je verlengde instructie.
Als minder dan 80% goed kan antwoorden, dan moet je méér voorbeelden uitwerken samen met de leerlingen of opnieuw instructie geven. Als je leerlingen zelfstandig verder laat werken zonder dat zij de leerstof goed begrijpen, dan bestaat het gevaar dat fouten inslijpen.

 

Voor een goede beheersing van het lesdoel moeten de leerlingen het concept goed kunnen uitleggen, de vaardigheid correct kunnen uitvoeren en kunnen vertellen wat het belang van het lesdoel is.

GROTE LESAFSLUITING

De grote lesafsluiting vindt plaats aan het eind van de les, dus na de zelfstandige verwerking. Hierbij controleer je of leerlingen de leerstof hebben begrepen, maar is er vooral aandacht voor de werkhouding.
Je kunt bij de start van de les een aandachtspunt noemen waarop je tijdens de lesafsluiting terug komt. Hieronder staat een evaluatiekaart met suggesties voor aandachtspunten die je kunt gebruiken.

 


Evaluatiekaart (Expertis.nl)